Zoek uw product

Producten

Munten » Byzantijnse munten

Producten overzicht

Sorteren op: Volgorde: Weergave:
1 | 2 | 3 | 4    Volgende 10 »
Histamenon Constantinus X Ducas

Histamenon Constantinus X Ducas (1059-1067). Constantinopel ca. 1067. vrijwel prachtig. Se ... details »

Voorraad status: direct leverbaar
€ 575,00
Follis van Justinianus

Follis van Justinianus (527-565) geslagen in Constantinopel, jaar: 15
details »

Voorraad status: direct leverbaar
€ 229,00
Follis van Justinianus

Follis van Justinianus (527-565) geslagen in Cyzique, jaar: 13 off: A.
details »

Voorraad status: direct leverbaar
€ 249,00
Follis van Justinianus

Follis van Justinianus (527-565) geslagen in Cyzique, jaar: 14 off: B.
details »

Voorraad status: direct leverbaar
€ 215,00
Pentanummi van Anastasios I

Pentanummi van Anastasios I (491-518) geslagen in Constantinopel.
details »

Voorraad status: direct leverbaar
€ 50,00
Pentanummi van Justinus I

Pentanummi van Justinus I (518-527) geslagen in Constantinopel.
details »

Voorraad status: direct leverbaar
€ 46,00
Follis van Justinianus

Follis van Justinianus (527-565) geslagen in Constantinopel.
details »

Dit product is niet meer of moeilijk leverbaar
Informeer naar de levertijd van dit product »
Follis van Constantijn X

Follis van Constantijn X (1059-1067) geslagen in Constantinopel.
details »

Dit product is niet meer of moeilijk leverbaar
Informeer naar de levertijd van dit product »
Tremissis Justinianus I

Tremissis Justinianus I (527-565). RIC: 467. Constantinopel. Zeer fraai tot prachtig.
details »

Voorraad status: direct leverbaar
€ 340,00
Solidus Justinianus I

Solidus Justinianus I (527-565). RIC: 455 ; S.2-140. Constantinopel (545-565). Prachtig.details »

Voorraad status: direct leverbaar
€ 690,00
1 | 2 | 3 | 4    Volgende 10 »

Byzantijnse Rijk, gebruikelijke aanduiding voor het middeleeuwse keizerrijk in de Balkan, Klein-Azië en enkele verspreide gebieden in Zuid-Italië, waarvan de naam ontleend werd aan de hoofdstad Byzantium (vanaf 330 Constantinopel), dat als politiek, administratief, kerkelijk, economisch en cultureel centrum de historische ontwikkeling van het gehele rijk heeft bevorderd en geleid.
TERMINOLOGIE EN PERIODISERING
 Het Byzantijnse Rijk wordt ook wel het Oost-Romeinse Rijk genoemd. Deze benaming is onjuist wanneer men uitgaat van de opvatting dat er (na 395) geen sprake is geweest van een West- en Oost-Romeins Rijk, maar uitsluitend van één Romeins Rijk met een westelijke en oostelijke rijkshelft. De afkalving van het Romeinse Rijk, begonnen in de 5de eeuw, liet het oostelijk rijksdeel onverlet. Daaruit ontwikkelde zich het grote keizerrijk dat eerst in de 19de eeuw de benaming Byzantijnse Rijk kreeg. Daarvóór sprak men van het Romeinse Rijk (in de geschiedschrijving ook: laat-Romeins), geheel in overeenstemming met de naam die de keizers en inwoners van dit rijk zichzelf gaven: zij voelden zich erfgenamen van het grote Romeinse imperium en noemden zich Romaioi (Arabieren en Turken noemden het rijk dan ook: Rûm).
Hiermee hangt nauw samen het probleem van de periodisering van de Byzantijnse geschiedenis. In de moderne geschiedschrijving bestaat de tendens, de periode van de 5de tot begin 7de eeuw te behandelen als geschiedenis van het Romeinse Rijk. De ontwikkelingen sedertdien deden een geheel nieuwe maatschappij in dat rijk ontstaan, waarvoor men dan de term Byzantijnse Rijk reserveert.
Uit praktische overwegingen wordt hier ca. 500 als beginpunt genomen. Zie voor de periode ervóór Romeinse Rijk. Als einde van het Byzantijnse Rijk geldt algemeen 1453, het jaar waarin Constantinopel door de Turken werd veroverd.
ALGEMENE KARAKTERISTIEK
 Naar territoriale afbakening geboren uit de administratieve splitsing van het Romeinse Rijk (395) in een westelijk en een oostelijk rijksdeel (de scheidingslijn begon bij de grens tussen Tripolitana en Libya, klom loodrecht noordwaarts midden tussen de hielpunt van de Italiaanse laars en de kust van Epirus, om, door Dalmatia heen, het Balkanschiereiland te doorsnijden tot Sirmium aan de Savus en Singidunum-Belgrado aan de Donau), vormde het rijk in wezen, ter weerszijden van zijn scharnierpunt Byzantium, een tweeluik waarvan de vleugels het Balkanschiereiland en de Donaulanden resp. Klein-Azië met Syrië, Palestina en Egypte omvatten. Het rijk had eerst te worstelen met de illusie, de eenvoudige voortzetting te zijn van het Romeinse Rijk voordat het institutioneel en etnisch, kerkelijk-religieus en cultureel zichzelf werd, nl. een middeleeuwse grote mogendheid die, geografisch geklemd tussen Europa en Azië, niet alleen politiek-militair de veelzijdige wording van West-Europa heeft beschermd tegen elke Aziatische overrompeling, maar die, door de glorierijke en bittere fasen van een bijna duizendjarige geschiedenis heen, een zelfstandige wereldbeschouwing en beschaving heeft opgebouwd, ontwikkeld uit Griekse, Romeinse en christelijke elementen. Het Byzantijnse Rijk was in feite een hellenistische absolute monarchie, met een Romeins wetboek en een christelijke godsdienst. Naar verwezenlijkingen én naar duur beschouwd, was het een van de merkwaardigste rijken van de christelijke middeleeuwen.
HISTORISCHE ONTWIKKELING 
  Wanneer het Byzantijnse Rijk werkelijk de weg is ingeslagen van een eigen bestaan, is omstreden: de stichting van Constantinopel (330) leverde wel een hoofdstad op, maar zij hield slechts een verplaatsing van het effectieve politieke centrum van het Romeinse Rijk in van Rome naar Byzantium, terwijl Theodosius' rijksverdeling van 395 alleen een administratieve tweedeling betekende. De laatste vorsten uit de Leonijnse periode (457–518) voerden het Byzantijnse Rijk, dat intussen wel aan de barbaarse volksverhuizingen was ontkomen, maar krachtig werd geschokt door verscheidene ketterse bewegingen, reeds weg van Rome, toen zij de middelpuntvliedende tendenties van Egypte en Syrië poogden te ondervangen door een monofysitisch-gezind beleid. Justinianus I (527–565) beoogde nog het oude Middellandse-Zeerijk te herstellen: hij veroverde Afrika, Italië en de Zuid-Spaanse kust op de (Oost-)Germanen, maar deze politiek, die financieel en militair onhoudbaar bleek, werd in duurzaamheid overtroffen door zijn codificatie van het Romeinse recht (Corpus Iuris Civilis). Pas in de eerste helft van de 7de eeuw verwierf het rijk veelszins zijn eigen karakter. Na de kortstondige illusie van Heraclius' (610–641) zege op de Perzen, die de Eufraat tot rijksgrens maakte, werd het rijk territoriaal (en religieus) zich zelf, doordat in het Oosten sedert 634 de islamitische Arabieren Armenië, Syrië, Palestina en Egypte inpalmden (en dusdoende aldaar het rijk bevrijdden van een politiek nationalisme gevoed door de monofysitische heresie), terwijl in het Westen de Longobarden het onhoudbare Italië, op Rome en het exarchaat Ravenna–Zuid-Italië na, na 568 aan Byzantium ontnamen en de Zuid-Spaanse kust, net als het Afrikaanse exarchaat, resp. aan de Visigoten en de Arabieren voorgoed verloren ging. Etnisch gezien werd de Balkan van Donau tot Griekenland geslaviseerd, zodat het laatste Latijns-Byzantijnse gebied (Illyrië) verdween en het zwaartepunt van het rijk steeds meer naar Klein-Azië (met zijn Griekse karakter) opschoof. Institutioneel, ten slotte, kreeg Byzantium vanaf deze tijd nieuwe vormen door de oprichting en uitbreiding van de militair-bestuurlijke themata en door de groei van de keizerlijke macht naar absolutisme toe.
Het christelijk-Helleense imperium in opgang en bloei (tot ca. 1050)
Huwelijk van Basilius I Miniatuur uit een manuscript met een afbeelding van Basilius I bij gelegenheid van zijn huwelijk. Basilius was van 867 tot 886 keizer van Byzantium.Gianni Dagli Orti/CORBIS-BETTMANN 
 
 De Isaurische (717–802) en Phrygische (820–867) dynastieën hielden Byzantium in Europa stevig overeind tegenover het opkomende Bulgaarse rijk (vooral Constantijn V, 741–775), evenals tegenover de Arabieren, wier opmars dankzij vooral Leo III (717–741) voor Klein-Azië gestuit werd, maar die in 826 Kreta veroverden en onmiddellijk daarop zich grondig vastzetten op Sicilië en in Zuid-Italië. Aldus was het Byzantijnse Rijk nu haast volledig naar het Griekse Oosten toegewend, mede doordat de Franken reeds sedert 754 uit het exarchaat Ravenna de Pauselijke Staat hadden gecreëerd. Voor deze uitwendige verzwakking waren de keizers mede verantwoordelijk door hun aandeel in de beeldenstrijd (726–843, zie iconoclasme), die de innerlijke rijkseenheid en de banden met Rome grotelijks schaadde. Daartegenover hebben de verdere ontwikkeling van de themata-organisatie, de versoepeling van het Romeinse recht door de opname van het Griekse (gewoonte)recht, de op zelfstandigheid gerichte kerkelijke politiek ten opzichte van Rome, de handhaving van het staatsgezag tegenover de monnikenpartij, het uiteindelijke herstel van de orthodox-christelijke eenheid (843), alsmede de culturele wederopleving in ca. 850, positief bijgedragen tot de inwendige kracht van het rijk. Onder het stabiele Macedonische Huis (867–1057) werd het rijk, dat nu een nationaal zelfbewustzijn kende, tot zijn hoogste bloei gebracht: Basilius I (867–886) schoof de oostgrens op tot de bovenloop van de Eufraat en kreeg opnieuw vaste voet in Zuid-Italië; Basilius II (976–1025) vernietigde het Bulgaarse Rijk, vestigde tegenover Russen, Arabieren en Duitse keizers Byzantiums grenzen van Donau tot Kaukasus en van Zuid-Italië tot Boven-Eufraat, had de hand in de bekering van Kiëv-Rusland tot het Byzantijnse christendom en bedwong succesvol de feodale strevingen van de Klein-Aziatische aristocratie. In het spoor van de politieke grootheid groeiden binnenlandse rijks- en rechtsstructuren, economie en cultuur tot bewonderenswaardige hoogte, maar Byzantiums politiek-religieuze zelfstandigheid liep uit op een diepe breuk met het pauselijke Rome (na het schisma van Photius in 867, dat van Michael Cerularius, het Oosters Schisma, 1054), terwijl rond het midden van de 11de eeuw tegenover de nu heersende hoofdstedelijke ambtenarenadel de Seldjoekse Turken tot in het Klein-Aziatische kernland opdrongen en, naast de Hongaren en Petsjenegen aan de Donau, in het Zuid-Italiaanse Westen de Normandische vorsten ageerden.
In de tweede helft van de 9de eeuw slaagde Basilius I erin de islam terug te dringen en ook in Italië een deel van het verloren gebied te herwinnen. Deze resultaten gingen echter tijdens de regering van zijn zoon, Leo VI, die hem in 886 opvolgde, weer ten dele verloren. Een kleinzoon van Basilius I schrijft over de persoon van zijn grootvader:
kantlijnartikel openen 
Het verval
 De militair-adellijke dynastie van de Comnenen (1081–1185, voornaamste keizer Manuel I, 1143–1180) bezorgde het rijk, in weerwil van een voortschrijdende sociaal-economische aftakeling, een volle eeuw nabloei, waarin het kerngebied nog essentieel tegenover de Turken (niet meer te verjagen uit het Sultanaat Rum in Centraal-Klein-Azië), de Hongaren en de semi-onafhankelijke Slavische staten rond de Midden-Donau en tegenover de Normandische vorsten van Zuid-Italië en Sicilië behouden bleef. De contacten met het Westen brachten echter meer haat op dan baat; Venetiës bondgenootschap vergde een te hoge prijs, en de Kruistochten liepen op zo hevige geschillen uit dat het zwakke bewind van de Angeloi (1185–1204) eindigde met de inneming van de hoofdstad door de Latijnen en de oprichting van een Latijns keizerrijk op feodale basis (1204). Behalve in de verre brokkelstaten Epirus en Trebizonde bleef het Byzantijnse Rijk bestaan in het keizerrijk Nicea, van waaruit in 1261 een kernrijk met Byzantium als hoofdstad werd hersteld door het Huis van de Paleologen. De laatste twee eeuwen van het rijk werden door deze dynastie beheerst (belangrijk zijn Johannes VI Cantacuzenus, 1347–1354, en Manuel II, 1391–1425): cultureel tot hernieuwde bloei gekomen, maar financieel verzwakt, sociaal en religieus nutteloos in het geweer, tot wanhoop gedreven zowel door zijn dure Italiaanse bondgenoten als door opdringende jonge volken uit Oost en West, schrompelde het rijk langzaam ineen, tot het ca. 1350 door de Osmaanse Turken geheel uit Klein-Azië was verdreven en in Europa tegenover Bulgaren, Serviërs en Turken nog slechts Zuid-Thracië als achterland bezat. In het begin van de 15de eeuw slonk ook het Europese rijksgebied onder Turkse druk tot de hoofdstad en haar onmiddellijke omgeving; op 29 mei 1453 bezweek ten slotte de stad zelf onder de Turkse stormloop.